Vermindering van het griffierecht, Gaat dat gebeuren?

Per 1 juli 2011 is, met een wijziging van de competentiegrens voor kantonzaken het griffierecht voor vorderingen tussen € 500 en € 12.500 verhoogd. Met name Gerechtsdeurwaarders en creditmanagement-bedrijven hebben bij de Minister voor Rechtsbescherming aangegeven dat deze verhoging zeer vergaande gevolgen heeft gehad. Ook andere betrokken ketenpartners hebben zich in de discussie hierover gemengd en er zijn oplossingen voorgesteld.

In een brief van 16 april 2018 aan de Tweede Kamer heeft de Minister enkele scenario’s geschetst voor aanpassing van de tarieven waarover in de Kamer op 25 april 2018 uitgebreid werd gesproken. Op 15 November jl. heeft de Minister in een tweede brief aan de Kamer verder uitgewerkt wat in april 21018 werd besproken en ook uitgewerkt wat daarna in brede kring door Ketenpartners werd voorgesteld en opgemerkt.

Voor een goed begrip van de positie van de regering heeft de Minister uitgangspunten voor een mogelijke wijziging van de tarievenstructuur omschreven:
1.tarieven budgetneutraal wijzigen. Om de tarieven in een bepaalde categorie te kunnen verlagen moeten andere griffierechttarieven worden verhoogd;
2.griffierechttarieven voor on- en minvermogenden, voor hoger beroep en voor cassatie en de tarieven in het bestuursrecht zijn buiten beschouwing gelaten; het gaat dus alleen om civiele zaken in eerste aanleg;
3.bij de berekeningen is rekening gehouden met het effect dat verlaging van de griffierechttarieven leidt tot een toename van het aantal zaken.

De Minister heeft, met in het achterhoofd voorgaande uitgangspunten voorgesteld het huidige stelsel intact te laten en omschrijft 2 mogelijke varianten. De eerste zou een verbetering zijn van het huidige systeem door gebruik te maken van cijfers die zijn verzameld over het stelsel vanaf 2011. De 2e variant, waarvan de Minister heeft aangegeven dat die zijn voorkeur heeft, gaat verder volgens Minister Dekker. De Minister stelt daarin voor de tarieven voor lagere vorderingen aan te passen. Daardoor zouden de griffierechten beter in verhouding te staan tot de hoogte van de vordering. Voor vorderingen van € 1.500 tot € 2.500 en vorderingen van € 2.500 tot € 5.000 zou een extra categorie moeten worden ingevoegd. Verder wil de Minister de tarieven voor rechtspersonen en natuurlijke personen dichter bij elkaar brengen. Het bij elkaar brengen van de tarieven is gunstig voor zowel de rechtspersoon als voor de natuurlijke persoon. De tarieven voor rechtspersonen zullen meer dalen en de tarieven voor natuurlijke personen minder. Dat zou moeten gebeuren voor de drie nieuwe categorieën van € 500 tot € 1.500, van € 1.500 tot € 2.500 én van € 2.500 tot € 5.000. De budgettaire consequenties van de verlaging van de tarieven in deze categorieën zouden worden gecompenseerd door de tarieven in de naastgelegen hogere categorieën in eerste aanleg te verhogen.

Vanaf november 2018 is er geen concrete wetswijziging van kracht geworden. Het voorstel van de Minister, waarmee wetgeving (althans een wijziging daarvan) wordt voorbereid, is in Internetconsultatie gebracht. De termijn waarbinnen gereageerd mag worden sluit 30 september 2019.

Het debat over de hoogte van de griffierechten en impliciet daarmee de toegang tot het recht staat niet op zichzelf. Er zijn andere ontwikkelingen die van invloed zijn op de toegang tot het recht. Zo is er ook onderzoek gaande naar de Belgische invorderingsprocedure voor onbetwiste schuldvorderingen. Daarover werd echter niets vernomen sedert 15 november 2018. Wellicht omdat de onbetwiste geldvorderingen een melkkoe zijn voor de overheid. Wie het weet, mag het zeggen.