Substantiëringsplicht

We hebben het in eerdere nieuwsbrieven aan u medegedeeld dat schuldeisers voldoende informatie (substantieringsplicht) aan de rechter moeten aanleveren om deze in staat te stellen (in consumentenzaken dwz gedaagde is een natuurlijke persoon) om een vordering te beoordelen. Daarvoor werd een informatieformulier ontwikkelt dat enkel wordt gebruikt in de overgangsperiode om aanvullende gegevens op te vragen. Vanaf 1 december jl.. moet daarmee gewerkt worden.

De KBvG en de NVI hebben met het LOVCK een aantal overleggen gevoerd over de tekst en de implementatie van dit formulier. Vanaf 1 december 2019 tot 1 april 2020 worden ontbrekende gegevens middels tussenvonnis en formulier opgevraagd. Er is geen betekeningsvereiste aanvullende informatie aan gedaagde. Vanaf 1 april 2020 worden de dagvaardingen geacht compleet te zijn. Zoals bekend is dat laatste al per 1 oktober j.l. door de rechtbanken Amsterdam en Den Haag ingevoerd.

Het formulier wijkt op bepaalde punten af van het oorspronkelijke formulier, met name:

  • Overeenkomst hoeft niet te worden overgelegd in geval de vordering betrekking heeft op periodieke verplichtingen (die moeten qua bedrag wel steeds gelijk zijn)
  • Algemene voorwaarden worden geacht door het opnemen van een link in het geding te zijn gebracht (de rechter moet deze eenvoudig met behulp van deze link kunnen benaderen en lezen)
  • Facturen hoeven niet in het geding te worden gebracht in geval de vordering betrekking heeft op periodieke verplichtingen die qua bedrag steeds gelijk zijn; in alle andere gevallen wel;
  • Er zijn aanvullende bepalingen over zorgovereenkomsten opgenomen; in feite is het ”Amsterdams” model overgenomen. Facturen hoeven niet te worden overgelegd indien de gevraagde gegevens in de dagvaarding zijn opgenomen.

Binnenkort zal op rechtspraak.nl een bericht over de werkwijze gepubliceerd worden.

Eventuele vragen kunt u aan ons stellen via incasso@vanarkelgdw.nl