De procedure deel 7 – De Wet schuldsanering natuurlijke personen

wet schuldsanering natuurlijke personen, wnsp, schuldhulpverlening, deurwaarder, gerechtsdeurwaarderIn de serie ‘De procedure’ geven wij een toelichting op zaken die u en wij tegen kunnen komen in ons werk. In dit artikel leggen wij u beknopt uit wat de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) inhoudt.

Er zijn verschillende organisaties die advies geven en hulp bieden bij de aanpak van schulden. Bijvoorbeeld schuldhulpverlening vanuit de gemeente. De schuldhulpverlener probeert een oplossing te zoeken met de schuldeisers. Het lukt echter niet altijd om tot een oplossing te komen.

Wet schuldsanering natuurlijke personen

Met het in het leven roepen van de Wsnp heeft de wetgever voor (uitsluitend) natuurlijke personen[1] een alternatief op het faillissement in het leven geroepen. Natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen kunnen toelating tot de schuldsaneringsregeling verzoeken, maar de onderneming moet beëindigd worden en de activa geliquideerd. Zoals besproken in de procedure deel 6 herleeft de vordering, of het restant daarvan, na afwikkeling van het faillissement. Voor een natuurlijk persoon betekent dit dat na zijn faillissement zijn schuldeiseres weer bij hem aankloppen en er een vicieuze cirkel ontstaat. De Wsnp biedt de mogelijkheid deze vicieuze cirkel te voorkomen of te doorbreken en zo het aantal faillissementen onder natuurlijke personen terug te dringen[2]. De Wsnp is een dwingrechtelijke regeling die u als schuldeiser verplicht genoegen te nemen met een (klein) percentage van uw vordering tegen finale kwijting.

Een lagere drempel

Toelating tot de Wsnp kent een lagere drempel dan het faillissement. Als de natuurlijk persoon redelijkerwijs voorziet dat hij zijn schulden niet kan betalen of opgehouden is met betalen, kan hij om toelating verzoeken aan de rechtbank[3]. De lagere drempel voor het faillissement is het ‘redelijkerwijs voorzien’. Deze toelatingsgrond zorgt ervoor dat schuldenaren nog voordat zij daadwerkelijk hebben opgehouden te betalen een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling kunnen doen. Bovendien hoeven de schulden nog niet opeisbaar te zijn.

Niet relevant voor toelating is de reden voor het niet-betalen (onmacht of onwil). Voor de beoordeling is wel van belang dat de wil aanwezig is om de schulden te saneren én dat de schulden te goeder trouw zijn ontstaan[4]. Het verzoek tot toelating gaat vooraf door een poging tot een minnelijke schikking met de schuldeiseres of vergezeld met een verklaring dat hiertoe geen reële mogelijkheden zijn.

De rechter oordeelt, vraagt en legt uit

Tijdens de zitting waarin de rechter oordeelt over de toelating, vraagt de rechter om aanvullende informatie. Ook legt hij aan de schuldenaar uit welke verplichtingen men heeft als men toegelaten wordt tot de Wsnp. Er wordt gekeken of het minnelijke traject inderdaad niet mogelijk is. Verder probeert de rechtbank in te schatten of de schuldenaar zich aan de spelregels van de schuldsanering zal houden. Na een periode van drie tot vijf jaar worden de overgebleven schulden kwijtgescholden.

Rechter benoemt bewindvoerder

Als iemand wordt toegelaten tot de Wsnp, benoemt de rechter een bewindvoerder. Deze persoon gaat de wettelijke regeling uitvoeren. Hij of zij ziet erop toe dat men de regels van de Wsnp nakomt. Hij onderzoekt de situatie van de schuldenaar en informeert schuldeisers en de rechter-commissaris. De schuldenaar moet de bewindvoerder informeren over alles wat belangrijk kan zijn voor de schuldsanering.

Boedelrekening

De bewindvoerder berekent een bedrag waarvan de schuldenaar maandelijks moet rondkomen: het vrij te laten bedrag (VTLB). Alle inkomsten boven dit bedrag en eventuele vermogensbestanddelen gaan naar de boedelrekening. Dit is een speciale rekening onder beheer van de bewindvoerder. Hiervan worden de bijdrage voor de bewindvoerder en, na afloop van de Wsnp-periode, de schuldeisers betaald. Hoeveel u als schuldeiser betaald krijgt is afhankelijk van het bedrag dat gedurende de WSNP-periode is gereserveerd. In beginsel wordt het gereserveerde bedrag naar rato onder alle schuldeiseres verdeeld. Preferente vorderingen ontvangen een hoger (dubbel) percentage.

Betalingsgedrag van uw klant in kaart

Voor bedrijven is het van belang om de historie van betalingsgedrag van klanten goed in kaart te hebben. Als een klant altijd netjes op tijd betaalt en dan opeens niet, dan is er waarschijnlijk iets aan de hand. Een brief met daarin het verzoek te betalen lijkt een logische stap. Een beter alternatief is direct in gesprek te gaan met de klant. U betaalt eigenlijk altijd op tijd, nu betaalt u de rekening niet op tijd, is er iets aan de hand? Het gesprek open aangaan en de relatie vooropstellen is een beter middel om erachter te komen wat er aan de hand is. In overleg kan er afgesproken worden hoe de rekening alsnog betaald gaat worden.

Vaak geeft u dit een voorsprong op andere schuldeiseres: blijkt de situatie na verloop van tijd dusdanig problematisch dat Wsnp wordt aangevraagd dan heeft u (misschien) al een deel van uw vordering geïnd en bovendien een goed beeld van wat u financieel kunt verwachten dan wel de financiële mogelijkheden van uw klant.

Hebt u naar aanleiding van dit artikel vragen of opmerkingen? Neem gerust contact met ons op. Wij staan u graag te woord!

[1] Kamerstukken II MvT 22 969, p. 22 e.v. VV, 22 969, nr. 5, p. 11 en 12 en MvA, 22 969, nr. 6, p. 27 e.v.
[2] Een van de doelen van de schuldsaneringsregeling, zie Kamerstukken II MvT 22 969, p. 33 en 34
[3] Art. 284 lid 1 Fw.
[4] Art. 288 Fw.