KEI Update

 

Eerder in onze nieuwsbrief hebben we u geïnformeerd over het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak, genoemd KEI. Digitaal procederen werd steeds vaker verplicht gesteld en is reeds verplicht sinds 1 maart 2017 in civiele vorderingszaken bij de Hoge Raad, sinds 12 juni 2017 in asiel- en bewaringszaken bij alle rechtbanken en vanaf 1 september 2017 in handelszaken met advocaat bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland.

 

 

 

Programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak genoemd KEI.

Er waren ook reeds planningen afgegeven voor een verdere uitrol van het programma KEI totdat de politiek ingreep, niet in het minst vanwege forse budgetoverschrijdingen. De vergaande digitaliseringsslag, die werd beoogd door de Rechtspraak, is nagenoeg tot stilstand gekomen in 2018 voor met name de sector civiel. De Rechtspraak zal zich de komende jaren voornamelijk gaan richten op het realiseren van eenvoudige digitale toegang voor rechtzoekenden en hun vertegenwoordigers. Dit staat in de onlangs gepubliceerde brief van de Raad voor de Rechtspraak aan minister Dekker (voor Rechtsbescherming). Ondertussen is de KEI wetgeving nog wel van toepassing voor wat betreft de zaken met verplichte procesvertegenwoordiging in de eerder genoemde pilotgebieden maar wordt deze werkwijze niet verder uitgebreid naar het hele land. Opmerking verdient dat, behoudens de procedure bij de Hoge Raad, enkel de procedure in eerste aanleg via KEI gaat verlopen. Verzet kan niet worden ingesteld via het KEI-regime maar wederom bij dagvaarding.

Toegankelijkheid

In het Basisplan Digitale Toegankelijkheid van de Rechtspraak is het eerdere besluit – om de nadruk te leggen op digitale toegankelijkheid in plaats van het automatiseren van juridische procedures – voor de sectoren civiel en bestuurlijk verder uitgewerkt. Het plan geeft een nieuwe digitaliseringsoplossing voor de rechtsgebieden civiel recht en bestuursrecht. Daarmee kan uiteindelijk ook het verplicht digitaal procederen, zoals de KEI-wetgeving beoogt, worden ingevoerd. Dit plan en de beoogde baten moeten gezien worden als onderdeel van het traject om de KEI wetgeving volledig te implementeren.De nieuwe oplossing gaat, in lijn met eerdere strategische keuzes vanuit de Rechtspraak rondom de reset KEI, uit van een duidelijke focus op één hoofddoel: het bereiken van digitale toegankelijkheid van de Rechtspraak voor procespartijen en procesvertegenwoordigers. Hiertoe wordt stapsgewijs de externe digitale toegankelijkheid in alle zaakstromen voor civiel recht (inclusief verzoeken toezicht1) en bestuursrecht gerealiseerd. Resultaat zal zijn dat binnen enkele jaren de berichten- en stukkenuitwisseling tussen partijen, zaaksbetrokkenen en gerechten digitaal kan plaatsvinden overeenkomstig het digitaliseringsregime van de KEI wetgeving en uiteindelijk voor professionele procespartijen verplicht kan worden gesteld. Inmiddels is deze week helaas ook bekend gemaakt dat dit plan later zal worden ingevoerd dan gepland. De rechtspraak heeft meer tijd nodig om zich voor te bereiden op de zogenoemde BIT-toets en kampt met een gebrek aan ICT’ers. Dat is de reden dat het Basisplan Toegankelijkheid Rechtspraak niet deze zomer, maar naar verwachting pas begin 2020 naar BIT kan.

Strafrecht en toezicht

De rechtsgebieden strafrecht en toezicht, waar al digitaal wordt gewerkt, gaan verder op de ingeslagen weg en in faillissementszaken blijven curatoren digitaal communiceren met de rechtbank. Bij zaken waarin de rechter een toezichthoudende rol heeft, wordt nu in bijna 40 procent van de professionele bewindszaken en in 82 procent van de lopende faillissementszaken digitaal gecommuniceerd. Bij strafrecht wordt inmiddels 80 procent van de zaken digitaal behandeld, bij toezicht wordt al in meer dan 55.000 bewindszaken digitaal gewerkt. Ook in asiel- en bewaringszaken gaat de digitale werkwijze door, al werd al eerder bekend dat deze IT-systemen niet verder worden doorontwikkeld.

Nieuwe manier van werken in 2019

De nieuwe digitale systemen worden op een beheerste, verantwoorde en realistische manier ontwikkeld. Vanaf 2019 wordt per zaaksoort gekeken hoe de nieuwe manier van werken kan worden vormgegeven. Eerst zullen de meer eenvoudige type zaken aan de beurt zijn. Dat begint dan bij 1 gerecht, waar advocaten op vrijwillige basis digitaal kunnen werken. Als daar positieve ervaringen mee zijn opgedaan, wordt digitale uitwisseling voor procespartijen bij alle gerechten ingevoerd; nog steeds op vrijwillige basis. Uiteindelijk wordt het digitale werken voor alle professionele partijen bij alle zaken verplicht. Voor burgers blijft de mogelijkheid om op papier te procederen, zoals ook wettelijk is vastgelegd. Hoe snel de Rechtspraak verdere vervolgstappen kan zetten, is afhankelijk van de uitkomsten van de BIT-toetst medio 2019 en het geld dat het ministerie beschikbaar stelt. De Raad voor de rechtspraak is hierover met de minister in gesprek.