4 aanbevelingen voor de tariefmodellen van gerechtsdeurwaarders

tarieven deurwaarder, tariefmodellen, deurwaarder Breda, gerechtsdeurwaarder, tarievenZolang de marktwerking bestaat wordt er al gesproken over de tarieven van de deurwaarder. Eind november werd er een concept verordening ‘Grenzen tariefmodellen’ door de Algemene Ledenvergadering van de KBVG besproken. Gezien de huidige marktomstandigheden en aanhoudende discussies over de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder, werd vanuit de ledenraad – het beleidsorgaan van de gerechtsdeurwaarders – de noodzaak gevoeld om onderzoek te doen naar het huidige tarievenbeleid. Welke aanbevelingen zijn hieruit voortgekomen?

De ledenraad kwam op advies van een interne commissie tot de conclusie dat er voor onderstaande knelpunten regulering vereist is:

  • De gerechtsdeurwaarder incasseert uitsluitend voor zijn eigen vordering of zijn eigen verdiensten – wat strijdig is met zijn onafhankelijkheid.
  • Derden – anderen dan een gerechtsdeurwaarder – verdienen aan de ambtshandelingen van de gerechtsdeurwaarder en daarmee aan de door de gerechtsdeurwaarder uitgeoefende staatsmacht.
  • Het kostenrisico van de rechtshandhaving wordt vaak bij de gerechtsdeurwaarder gelegd, terwijl deze niet de regie voert.

Deurwaarders en tariefvrijheid

Deze knelpunten zijn in de Ledenraad uitvoerig besproken. Wat was de conclusie? Er zijn 4 aanbevelingen gedefinieerd om, in onderlinge samenhang, bij verordening in te voeren:

  1. De gerechtsdeurwaarder dient ten minste een redelijk salaris voor zijn ambtelijke diensten in rekening te brengen.
  2. Het is de gerechtsdeurwaarder pas toegestaan om gelden af te dragen aan zijn opdrachtgever, nadat de out of pocket-kosten en zijn eigen verdiensten zijn betaald.
  3. Het is de gerechtsdeurwaarder niet toegestaan om out of pocket-kosten geheel of gedeeltelijk voor eigen rekening te nemen.
  4. De gerechtsdeurwaarder sluit geen overeenkomsten die ertoe kunnen leiden dat een derde verdient aan de ambtshandelingen.

Deze standpunten vormden de basis voor een discussie die de Algemene Ledenvergadering van de KBVG op 23 november 2018 voerde. Waar ging die discussie over? Over de vraag of de voorgestelde verordening de marktwerking niet teveel beperkt en over de legitimiteit van een verordening. De meningen waren over deze topics erg verdeeld. Tevens werd gediscussieerd over open normen die het op dit moment lastig maken om in te schatten wat de impact zal zijn van de te maken afspraken met opdrachtgevers.

Wordt vervolgd…

In de discussie tijdens de ALV – en ook eerder in de ledenraad – werden vragen opgeworpen over de bevoegdheid van de KBVG om in deze onderwerpen regulerend op te treden. Er waren ook vragen over de handhaafbaarheid van een verordening, omdat er voorgesteld wordt om met open normen te werken. Tevens werden vragen gesteld over de mogelijke economische gevolgen van de bepalingen voor verzoekers, verweerders, opdrachtgevers en gerechtsdeurwaarders.

Wij zullen verdere ontwikkelingen op de voet volgen om te zien of er inderdaad een verordening komt die grenzen stelt aan de tariefmodellen van gerechtsdeurwaarders. Een dergelijke verordening zou grote impact kunnen hebben op het vakgebied van gerechtsdeurwaarders.

Auteur: Hans Ruis (Van Arkel Gerechtsdeurwaarders)